vrijdag 28 december 2012

Consternatiebureau

Het Consternatiebureau. Wat ben ik blij dat vandaag het laatste bezoekje is voor Viggo. Ik ga uiteraard al jaren en al jaren ga ik er totaal geirriteerd weer weg. Waarom ga ik nog? Ik vraag het me steeds weer af.

Ik wordt vanmiddag gebeld of ik een uurtje eerder kan komen met Viggo, want er is een afspraak uitgevallen. Prima, ben ik ook weer eerder thuis denk ik bij mezelf.  Sta ik daar om half vier, hebben ze ruim een half uur uitloop. Waarom wordt er dan niet even gebeld, vraag ik me af? Je hebt mijn mobiele nummer, immers daar belde je me ook op om te vragen of ik eerder kon komen. Kleine moeite lijkt me. Scheelt weer een half uur zogenaamd taartjes bakken, thee drinken en het geluid van krijsende kinderen.  Eindelijk aan de beurt loop ik naar binnen met het verzoek om alléén de prik te geven en de rest maar te laten zitten. Scheelt mij tijd en haar ook.  Het is niet mijn eerste kind en gezien het feit dat Viggo in zijn leventje al meer dokters heeft gezien dan ik (vanwege zijn oortjes) twijfel ik niet aan zijn ontwikkeling. Mevrouw de dokter is Indisch doof blijkbaar, want die tut onderwerpt Viggo toch aan allerlei onzinonderzoekjes. En laat meneer daar nou net ff geen zin in hebben. Wat meneer niet wilt,  gebeurt nou eenmaal niet. Dus nadat mevrouw de dokter voor de tiende keer Viggo vraagt een rondje te tekenen, en meneertje voor de tiende keer zijn naam schrijft vind ik het welletjes. Uiteraard volgt dan toch nog op de valreep het overgewichtpraatje. En dat van een theemuts met een giga-spekrol die zo lekker charmant over haar veel te strakke spijkerbroek heen zwaait! "Klopt" zegt ze, "Viggo ziet er niet te zwaar uit, juist heel gezond, maar de GRAFIEKEN tonen nou eenmaal aan dat hij te zwaar is". Ik zou zeggen; schuif die #%&grafiekken maar in je #%$%! Nadat mijn bloeddruk is gestegen tot "iktrekjeoverdietafelheen" niveau, besluit ik dat het tijd is om het gesprek maar af te ronden. Ik vraag beleefd of ze Viggo zijn prikje wil geven, zodat we kunnen gaan. Ik had Viggo al voorbereid op het feit dat er een prik komen zou en dat het eventjes pijn doet, maar dat het snel weer over is. Dan snap ik niet dat je als serieus verpleegkundige of arts een kind gaat vertellen dat een prik helemaal geen pijn doet! Natuurlijk doet een prik pijn! Daar ga je toch niet over liegen?! Dan denkt zo,n kind de volgende keer ook, ja dikke toeter! Dus ik nogmaals aan Viggo uitgelegd dat het wel degelijk pijn doet (ondertussen een dirty look gevend aan de theemuts), maar dat het zo weer voorbij is. En zowaar, een kleine "au" en daarna een stralende glimlach.  Bij het verlaten van het kantoor geef ik de theemuts beleefd een hand en wens haar een fijne dag, in gedachten haar te lijf gaand met een stok. "krijg ik dan van jou ook nog een handje?" vraagt de theemuts aan Viggo. "Nee!" zegt Viggo en met een ruk draait hij zich om. Met een valse glimlach om mijn lippen loop ik achter zijn kleine, blote, misschien iets de dikke kinderkontje aan.

zondag 30 september 2012

zindelijkheidstraining

Zindelijkheidstraining. Het zou eigenijk geduldheidstraining moeten heten. Omdat je geduld als ouder, bij ons dan in ieder geval, behoorlijk op de proef wordt gesteld.

Internet staat vol verhalen van ouders met hoogbegaafde kindjes op plasgebied die, met anderhalf jaar al, het potje of het toilet gebruiken. Toch geeft de meeste literatuur aan dat het zindelijk maken van je kleintje pas zin heeft vanaf 3 jaar. Viggo heeft nog nooit zelf de behoefte gehad om zijn plasje ergens anders te deponeren dan in zijn luier. En wij, als zeer drukke (lees ongeorganiseerde) ouders hebben nooit de behoefte gevoeld om ons daar bewust mee bezig te houden. Maar nu Viggo 3,5 is hadden wij het briljante plan bedacht om onze vakantie te gebruiken om Viggo zindelijk te laten worden. Samen zijn we 3 weken vrij en dit jaar zouden we toch niet weg gaan. Hopend op mooi en warm weer zag ik het al voor me dat we Viggo de eerste weken in zijn blootje zouden laten rondlopen om zo hem bewust te maken van een plassignaal. Dan zou hij bij de derde week wel enigzins door kunnen gaan voor zindelijk.

Vol goede moed heb ik zes schattige kleine boxershortjes gekocht. De dag erna kon ik al weer terug om een sixpack bij te kopen. Om de dag daarna nog eens zes in te slaan. Vanwege het weer kon ik Viggo helaas niet in zijn blote billen laten rondlopen. Wanneer het 25 graden is kan het, met amper 18 graden wordt het kindermishandeling. De eerste twee weken heb ik flink wat wasjes gedraaid!
Zijn eerste plasje werd verwelkomt met een flink aplaus en plasdansje van mama en papa. Goh, wat waren we blij en Viggo ook. Na een week plasdansjes met hier en daar een ongelukje had viggo in onze ogen het door. Totdat we een dikke drol vonden op het parket. Terwijl wij buiten met een glaasje lekkers van een mooie namiddag zaten te genieten, zat Viggo met zijn trein letterlijk een spoor te maken.

Nu, na ruim 8 weken heeft Viggo er genoeg van. En mama ook. Een luier wil ie niet. Maar op de wc ook niet. Het is al een crime om hem erop te krijgen. En eenmaal erop verzint hij steeds weer andere dingen voor mij te doen tijdens een plasje. Het licht moet aan, het licht moet uit, mama moet mee, mama moet weg, mama moet op de hurken kijken naar het plasje, mama moet achter de deur staan en een liedje zingen en ga zo maar door. Mama is er klaar mee. Zeker nu hij op het kinderdagveblijf het gepresteerd heeft om over de juf heen te plassen. Goddank voor luierbroekjes! Dat kinderen vanaf drie jaar zindelijk ZOUDEN kunnen worden oké, maar dat geld dus blijkbaar niet voor ieder kind. Ik leg me er maar gewoon bij neer dat het bij Viggo dan iets langer gaat duren. Ik laat het los en hoop dat tegen het einde van het jaar geleidelijk vanzelf het kwartje bij Viggo gaat vallen. En zo niet, dan kom ik in ieder geval geen verassingen meer tegen op het parket.

zondag 26 augustus 2012

Geluk

Wat is geluk?
Is geluk de staatsloterij winnen? Ben je gelukkig wanneer je rijk bent? Is geluk iets hebben wat je altijd hebt begeerd?  Wat ik geluk vind,  daar hoeft een ander niet perse gelukkig van te worden. Is geluk dan net zoiets als kunst? Kunst is heel persoonlijk. Je vindt iets mooi of niet. En wat de één een prachtig iets vind (waar die dan ook heel gelukkig van kan worden), kan de ander spuuglelijk vinden. Maar gaat geluk alleen op voor jezelf? Of kan het geluk van een ander ook jou gelukkig maken.
En moet geluk iets groots zijn of mag het ook, zoals het spreekwoord al zegt, in kleine dingen zitten.

De gelukzalige glimlach van een man op een scootmobiel met aan het stuur een tasje waar een gebakken visje in zit. Voor thuis. En onderweg, wanneer ik hem tegen kom, spat het geluk van hem af. Ik zie dat hij zich enorm verheugd op dat visje. Of een eekhoorn zien op een plek waar je het niet verwacht. En dan doet ie ook nog een speciaal rondedansje in het zonlicht waardoor zijn glanzende, bruinrode vacht extra mooi te zien is. Dat vind ik ook geluk. Althans ik wordt er blij van en dus gelukkig. Maar ook de oprechte blijdschap van een kind wanneer hij een mooi insect heeft gevonden en deze trots laat zien aan zijn mama (brrrrr). Van het beest krijg ik de rillingen, maar je voelt het geluk van je kind en dat maakt mij gelukkig.

Oprecht geluk straalt van mensen af. Dat zie je in hun gezicht. Dat is niet iets wat je kunt faken. Kijk naar bruidjes op hun trouwdag (ga ik er even vanuit dat het geen moetje is), of topsporters net nadat ze als eerste over de finish zijn gekomen. Een kind wat net zijn zwemdiploma heeft behaald of pasgeboren vaders (ook hier weer ervanuit gaande dat het geen moetje was). Geluk is individuele perceptie. Persoonsgebonden. Een familie die elk dubbeltje moet omdraaien om iedereen te voorzien van basisbehoeften kan heel gelukkig zijn met wat ze hebben. Ik kan het weten. Vroegah, in mijn jeugd moesten mijn ouders ook elk dubbeltje omdraaien, gingen wij niet op vakantie en droegen we derdehands kleding. Toch heb ik een hele fijne jeugd gehad en wanneer ik eraan denk verschijnt er nog steeds een brede glimlach op mijn gezicht. Das geluk.  Er zijn ook families die geld als water hebben, zich alles kunnen veroorloven, maar waarbij het nooit genoeg is. Met als resultaat dat de kids aan de coke zijn, moeders een drankprobleem heeft en vaders naast zijn secretaresse ook nog zijn minnares sexueel te vreden moet zien te houden. Kortom, iedereen leeft voor zichzelf en niemand is echt gelukkig. 

In het dagelijks leven zijn we veel te veel bezig met wat we nog niet hebben bereikt. Die nieuwe baan of auto. Die langekoesterde reis rond de wereld. Elke maand iets meer geld over houden. Of voor de schoenfetisjisten onder ons, dat paar schitterende laarzen waarvan je weet dat je daar minimaal 3 maanden krom voor moet liggen. Maar geluk zit binnen in je. Dat komt naar buiten wanneer er dingen gebeuren waar je oprecht blij van wordt. Dat kunnen dus grote dingen zijn zoals de geboorte van je kind. Maar persoonlijk wordt ik ook gelukkig van een blij persoon tegenover me. Dat steekt aan. Ik neem me dan ook voor om wat vaker blijheid uit te stralen, in de hoop dat ik het doorgeef en  een ander daarmee gelukkig kan maken.





maandag 30 juli 2012

Begeerde boekjes

Komkommertijd. In de vakantieperiodes kun je geen krant openslaan of er staat een stukje in over Beppie die een megacourgette heeft gekweekt. Of Henk, die een doedag organiseert voor driepotige keffers. Geen idee wat je er mee aan moet, maar het heeft blijkbaar nieuwswaarde, anders stond het niet in de krant toch?  En ergens snap ik het wel. Ook het nieuws heeft vakantie nodig. En gelukkig maar. Niets zo deprimerend als een vreselijke crisissituatie wanneer je lekker aan je cocktail zit. ook ik heb er last van. Mijn laatste verhaal was van afgelopen mei. Toen begon de zon te schijnen en ging mijn verstand op de zomermodus.

Concepten genoeg hoor. Ik ben er zo ééntje die met vijf dingen tegelijk bezig is. Dus heb ik vijf eerste alinea's geschreven over vijf onderwerpen. Alleen, ik kom er maar niet verder mee. Waarom niet?  Vanwege die zomermodus. In deze modus wil ik alleen maar op een stretcher liggen met een flutroman. Zo,n boekje over twee aantrekkelijke mensen die elkaar eerst tot op het bot haten, maar stiekem een 'allesverzengend heet verlangen' over zich heen voelen komen wanneer ze elkaar diep in de ogen kijken. Het gaat werkelijk nergens over, maar dat is het hem juist. Het leest zo lekker makkelijk weg. Ter vergelijking? Ik ben begonnen met een boek van Stephen King en Peter Straub. De talisman heet het. Een boek van pak em beet 600 pagina's. Momenteel ben ik bij pagina 160.  In de tussentijd heb ik 6 flutromannetjes van ongeveer 600 pagina's uitgelezen. En ja, bijna allemaal liggend op een tuinstoel of stretcher. Of aan het strand, aan het (stink) water van Roelof's Gat en op een zitzak op een grasveld ergens in een megaspeeltuin. En juist omdat het geen diepgang heeft leest het zo lekker weg. Ik hoef er niet bij na te denken. Moet ik bij de Talisman steeds teruglezen, omdat ik een bepaalde passage niet begrijp. Bij de flutroman hoef ik alleen te bedenken hoeveel ijsblokjes ik in mijn colaatje wil. Héérlijk. Nadeel is dat ik elke naderende vakantie bijna dwangmatig op zoek moet naar die boekjes. Nog een nadeel is dat de reeks van Bouqet en Harlequin verschrikkelijk duur zijn. Voor een pakje met 3 boekjes ruim 6 euro! Belachelijk, want iedereen weet dat elk verhaal bijna gelijk is aan het volgende. Het enige wat verandert is de naam, haarkleur en borstgrootte van de hoofdpersonen. Die laat ik dus ook links liggen. Gouden tip, de Zeeman heeft ze elk jaar liggen. Dubbele verhalen voor €1,99! Ik sla ze dan ook elk jaar, met het schaamrood op de kaken bij de kassa, in bulk in. Om de schaamte enigzins nog te beperken sta ik altijd overdreven te kakelen over de naderende vakantie en een eventueel verzonnen langdurige vliegreis. Want ze zouden maar denken dat ik die dingen voor de lol lees!

Nee, een literair hoogstandje is het niet. Ik neem dan ook steevast op vakantie een boek mee die wel literair verantwoord is. Zoals de Talisman.  En bij tijd en wijle leg ik deze dan naast me neer of op een tafel. Je ziet mensen goedkeurend knikken wanneer ze er langs lopen. Althans, in mijn beleving lijkt dat zo. Onder mijn handdoek ligt mijn begeerde flutboekje vol ongeduld te smachten om gelezen te worden. De kaft brand van verlangen door mijn sarong heen.  Waar ik dan wel voor moet oppassen, is besmetting zie ik al. Voor je het weet ga je in dezelfde stijl schrijven als zo,n flutroman!


maandag 21 mei 2012

Moedigers

Niet zo heel lang geleden kwam ik aan de praat met een oude kennis. Ook zij heeft inmiddels kinderen en natuurlijk kwamen ze ter sprake. We hadden het over koetjes en kalfjes en uiteraard het beruchte zwemles. Zo midden in het gesprek zei ze opeens "vind jij het ook zo moeilijk? De kinderen en opvoeden? Ik namelijk wel". Ik stond even perplex.....van ontzag. Hier een vrouw van de wereld die openlijk toegeeft dat het hebben en opvoeden van kinderen niet over rozen gaat. Na flink wat eh's kon ik eigenlijk alleen maar bevestigend knikken.


Vind ik het moeilijk? Vind ik het hebben en opvoeden van kinderen moeilijk? Eerlijk gezegd, ja.
Geef mij een moeder die kraait dat het allemaal zo geweldig is en ik flikker haar met liefde van die roze wolk. Nee, het hebben van kinderen is niet allemaal zo geweldig. Ik ben hartstikke moe. Moe van dag in dag uit zorgen voor twee uitvreters die elkaar vaak het leven zuur maken. Moe van scheidsrechtertje te moeten spelen. Hoe vaak ik niet op een dag vraag of ze elkaar niet willen slaan........Maar ook het steeds maar weer rekening houden met hoeveel groenten ze binnen krijgen zonder elke dag "lus ik niet!!!!" te moeten horen,pffff. De mantra "ze worden een keer groot en dan gaat het over" wordt hier vaak herhaald.

 Laten we eerlijk zijn, kinderen van vandaag 'moeten' een heleboel. En het is vaak de moeder die er voor opdraait. Wanneer ik in de ochtend om kwart voor negen mijn werk binnen struikel, heb ik er al dik twee tropenuren op zitten. Het begint met het opstaan en laat ik nou twee van die heerlijke ochtendhumeurkindjes hebben. Voor dat ik die twee in de kleren heb zitten, is er al een hoop ruzie gemaakt om sokken en tandenborstels en zijn er minstens twee bekers met yoki over de vloer gegaan. (Yoki ja! Want mijn kinderen vertikken het om gewone melk te drinken, sue me!) Wanneer de kleren aan zijn mag ik blij zijn dat er bij het weggaan nog geen vlekken chocopasta op zitten en pluk ik herhaaldelijk de stukken kaas uit het haar van de jongste. En dan moet ik mezelf nog aankleden en opmaken! Eenmaal buiten mag ik eerst de jongste naar het KDV brengen. Daar moet ik verplicht nog even blijven zitten voor een puzzel, omdat meneer het niet blieft dat ik meteen wegga. Vervolgens fiets ik als een bezetene naar de school van Senne (weer helemaal terug) om hem daar op het schoolplein af te leveren. Vanaf daar begint mijn reis naar het werk. Na een dag vol eigen werk en tussendoor nog verschillende afspraken (brood bestellen, brood ophalen, kontenzalf en billendoekjes bij het kruidvat en oh ja, ook nog een kadootje voor alwéér een jarig vriendje!) krijg ik op de weg naar huis een whatsappje of ik ook nog ff de kids wil ophalen, want tja, Remco heeft het kinderzitje niet bij zich.......grrrr. Eten koken, Eten eten (nou ja, wij eten en de kids zeuren dat ze het niet willen eten), opruimen (halleluja voor onze vaatwasser), kindjes in bad, kindjes naar bed.   Eer dat ik met de benen op de bank kan, is het inmiddels half negen en moet er ook nog brood voor de volgende dag gesmeerd worden. Ik ben zooooo blij dat mijn kinderen nog geen andere sport beoefenen dan zwemles! Respect voor die ouders die dan ook nog even Judo en balletles ertussendoor gepropt hebben.

En dat is dan een 'gewone' dag. Mijn kinderen zijn geen engeltjes. De oudste is flink aan het puberen en de jongste doet gezellig mee. Diegene die in de boeken verkondigd dat het alleen met twee jaar en daarna pas na het twaalfde jaar optreed wil ik opzoeken en met dat boek een draai om zijn oren geven. Ik vind het lastig om een goede balans te vinden in het schoolgaan van Senne. Tussen wat hij moet van de school en wat ik vind dat goed voor hem is. Ik vind het een monsterlijke uitdaging om elke dag weer iets gezonds en gevarieerds op tafel te zetten zonder dat mijn kinderen alleen maar de groente uit het eten aan het plukken zijn en vooral niet eten. Ik vind het enorm lastig om naast mijn gezinsleven en mijn werk ook nog mijn verlepte, half door de gieren aangevroten sociale leven te onderhouden. Een avondje uit is voor mij momenteel een warm bad en een rugmassage gevolgd door "lekker" vroeg naar bed...En dan heb ik nog niet eens over manlief die mij regelmatig whatsappt met de vraag of ik nog even naast hem op de bank kom zitten.........

Maar uiteindelijk kies ik er zelf voor om al die ballen in de lucht te houden. Maar voor wie? Voor mezelf? Voor mijn kinderen? Of is het toch meer vanwege de maatschappelijke druk? Want zeg nou zelf, niemand is harder en gemener voor een vrouw dan de vrouw zelf. Wij leggen elkaar de druk op, want alles moet perfect zijn voor de buitenwacht. Ik ben niet perfect, heb geen perfect huis en heb zeker geen perfecte kinderen. Je kunt bij mij alleen op woensdagen en vrijdagen (tussen negen en half tien want daarna is het toch weer een zooitje) van de vloer eten. Overal in huis is nog wel íets wat afgemaakt moet worden, van plintjes tot aan het dak. Mijn kinderen zeuren regelmatig om iets lekkers en soms geef ik er gewoon aan toe om van het gezeur af te zijn.

Terug naar de vraag of ik het moeilijk vind om kinderen te hebben?  JA!
Ik wil ze voor geen goud missen, maar ik vraag erg vaak af of ik het wel goed doe. Maar met mij zullen er veel meer zijn en het feit dat die kennis van mij dat zo openlijk toegaf voelt als troost en vind ik vooral moedig. Moe, Moeder, MOEDIGST!


woensdag 28 maart 2012

sterretjes

Zodra ik Senne in bed stop vraagt Senne mij onverwacht 'de vraag der gevreesde vragen'. Namelijk; "mama, waar ga ik heen als ik dood ben?"  Even van mijn apropos gebracht slaak ik een diepe zucht. Had toch gehoopt deze vraag nog even te kunnen ontwijken. Helaas moet ik er nu dus echt aan geloven. Ik wil geen onzin aan hem verkopen. Senne vertellen dat je gaat slapen, maar dan voor altijd is pedagogisch gezien niet verantwoord (zeggen ze) en levert alleen maar kindjes op die niet meer durven te gaan slapen. En heel vermoeide ouders die steeds maar in te krappe bedjes moeten liggen met hun kont buiten de dekens...Dus nee, ik ga op de eerlijke, oprechte toer en zeg tegen Senne dat ik het gewoon niet weet.
Ik geloof niet in een God of een religie die je een bepaalde levenswijze oplegt en vooral geen ruimte bied voor andersdenkenden . Mijn ouders hebben ons vrij gelaten om te geloven wat we willen. Heb zelfs op een blauwe maandag (nou ja, zondag) een kerk bezocht.  Maar nee, een instituut zoals een kerk met de daarbij behorende regels, dat trekt me niet. Dat een ander daar troost vind of houvast vind ik een mooie gedachte. Voor hen, maar niet voor mij. Dus een hemel, nee dat ga ik hem niet vertellen. Maar ja, wat dan?

Niet zo heel lang geleden is de kat van mijn ouders omgeplokt en daar was hij heel gek mee. Senne heeft daar flink verdriet over gehad. We hebben toen gezegd dat Doerak een sterretje in de lucht is geworden. Maar hij leeft niet meer, je kan hem niet meer aaien en hij zal nooit meer met Senne spelen. Dus ik vraag Senne wat hij voelt als hij aan Doerakje denkt. Ik zie zijn oogjes waterig worden en daardoor moet ik zelf even wat wegslikken. Man, doe ik dit wel goed? Maar dan vertelt hij dat hij Doerak mist. En daar verdrietig van wordt. En dat hij zo leuk met Doerak kon spelen. Dat Doerak zo lekker kon kroelen en voor iedereen heel gemeen was, behalve voor hem. En zowaar, hij vertelt het met een glimlach. Daar wijs ik Senne op. Dat iemand dood is betekent niet dat iemand er helemaal niet meer is. Tja, in fysieke zin niet meer, maar in je hart blijft iemand waarvan je veel hebt gehouden altijd bij je. En elke keer als je aan die persoon (of kat) denkt doet het vreselijk pijn, maar moet je ook glimlachen. Je lacht om alle leuke dingen die je met elkaar hebt meegemaakt. Alle mooie dingen die je met elkaar hebt gedeelt. En je voelt de liefde die je voor elkaar had. En als de tijd verstrijkt worden de tranen minder en ga je sneller glimlachen. "Dus" zeg ik tegen Senne, "als je dood gaat wordt je net zoals Doerak een sterretje in de lucht, maar je blijft voor altijd in ons hart".

Met een zachte snuf en een lange, dikke knuffel neemt Senne daar genoegen mee. Mezelf nog net niet een schouderklopje gevend uit tevredenheid over mijn antwoord sta ik op en doe ik het licht uit. Daar ben ik mooi vanaf denk ik bij mezelf. "Mama" vraagt Senne dan. "Waar komen de kindjes vandaan?"

zondag 25 maart 2012

Berlin Berlin

Omdat mijn vader fysiek niet in staat was om heel Berlijn door te cruisen (het nadeel van zijn reuma), vroeg hij of ik in zijn plaats wilde gaan. Een personeelsuitje van zijn werkgever, een weekend Berlijn.  Een compleet verzorgd weekend die al betaald was. En zeg nou zelf, gratis in een wereldstad vertoeven, daar zeg ik geen nee tegen! Dus op vrijdagochtend vijf uur ging bij mij de wekker af om om kwart voor zeven in een megabus in Doetinchem plaats te nemen.  Omdat ik blijkbaar bij de topografie van Duitsland heb zitten slapen op school, was ik in de veronderstelling dat Berlijn zo,n beetje in het midden van Der Bundesrepubliek Deutschland lag.  Maar na ruim vier uur in een bus met vreselijk zeurende mensen begreep ik dat ik het mis had. Waarom ligt een hoofdstad niet gewoon midden in een land? Lekker makkelijk bereikbaar voor iedereen. Neeeeee, Berlijn moet weer zo nodig bij de Poolse grens liggen!!!


Het begon ermee dat mijn voorburen na 1 minuut in de bus de stoelen al in standje strandstoel  zetten. De ruimte ertussen was al niet groot te noemen, nu zat ik met mijn neus zowat tegen het klaptafeltje aan gedrukt. Op mijn wat benauwde gekuch kreeg ik te horen van mijn achterbuurman dat ik maar niet moest denken om mijn stoel dan ook maar naar achteren te zetten, want hij had erg lange benen en zat al zo krap! Nou lekker dan! En natuurlijk ben ik dan zo,n brave miep die ook gewoon doet wat haar gezegd wordt. Na amper vijf minuten werd er luidkeels door een oude z*k gevraagd waar de koffie bleef. Helaas pindakaas, geen koffie aan boord van de superbus. De verontwaardiging was niet van de lucht en het arme kind van een buschauffeur (ventje was pas 24!) kreeg de volle laag. Dat mensen verslaafd kunnen zijn aan koffie, kan ik nog begrijpen. Maar dat je niet even twee uur kunt wachten tot de volgende stop, dat gaat mij de pet te boven.  Na twee uur gezeur over het ontbreken van de koffie kan ik die mensen niet meer uitstaan en goddank dat op dat moment  de bus een stop inlast. Het is dat ik dicht bij de deur zat, anders was ik door het raam gegaan…..
Na acht en een half uur zijn we dan eindelijk in Berlijn. We checken gauw in en gaan meteen de stad in. Het fijne van Berlijn is dat het openbaar vervoer onwijs goed geregeld is . Het is intussen al half zes en ik heb honger. We komen op advies van een stel studenten in een Egyptisch restaurant terecht. “Falafal.” Het heet niet alleen zo, maar je krijgt het ook te eten.  Ik heb het nog nooit gegeten en ben aangenaam verrast. De maaltijd bestaat uit Falafel, humus, pita, tahine, aubergine en couscous en we hebben heerlijk gegeten!
Zodra we ergens op vakantie gaan dan verandert mijn moeder in een film-o-fiel.  Alles moet op de foto of film, waardoor je aan het einde van je vakantie 40 foto’s hebt die mooi zijn en 400 die nergens over gaan. (Delete!) Natuurlijk gaat ze nu ook weer als een doorgedraaide Japanner te keer.  Alles staat op de foto.  Ook onze badkamer en toilet. De eetzaal, het personeel van de eetzaal, de broodjes, sapjes, boterkuipjes en zelfs het uitzicht van de eetzaal, die je toch niet ziet omdat de flitser weerkaatst in het raam, zucht.  Toch hebben we een toptijd gehad. Natuurlijk alle toeristentrekpleisters afgelopen zoals het nette toeristen betaamt. Checkpoint Charlie, de muur, Fassbender en Straus (een enorme chocoladewinkel waar ik wil wonen….) en de rijksdag.

Maar wat de meeste indruk heeft achtergelaten is het holocaustmonument met daaronder het museum. Gelukkig hadden we dat voor het laatst bewaard, want ik had niet meer van Berlijn kunnen genieten daarna. Met een I-pod op mijn hoofd waaruit een mevrouw klinkt die ons van de verschillende tentoongestelde items van uitleg verschaft baan ik mij een weg door de verschrikkelijke beelden. Na ruim twee uur zijn we er door heen.  Mijn hoofd tolt een beetje en diep onder de indruk neem ik plaats op een van de stenen banken bij de receptie.  Ik voel me afgemat en bedrukt. Tjemig, dit moet je zeker niet doen onder het motto “even gezellig een museumpje pakken”. Na een aantal minuten komt ook mijn moeder naar buiten. Ze neemt plaats naast me op het bankje. Ze ziet eruit zoals ik me voel. Enigszins depressief.  Met tranen in haar ogen kijkt ze me aan en zegt “jeetje, wat was dat heftig. Ik moet er een beetje van huilen…” En terwijl ik in mijn eigen ogen de tranen voel opwellen zeg ik “ Het zou niet goed zijn als dat niet zo was…..”

Gezinsuitbreiding

Juni 2011


De discussie over het wel of niet uitbreiden van ons gezinnetje hebben we vlak na de geboorte van Viggo nog gevoerd. We waren het op dat moment eens dat we het er niet over eens waren. En daar bleef het voorlopig even bij. Twee jaar lang hebben we er niet meer over gehad en vragen erover van anderen lacherig weggewuifd. Maar nu Viggo bijna 2,5 is en het steeds makkelijker begint te worden laait de discussie in volle hevigheid weer op.  Ik wil namelijk pertinent niet.  Remco juist héél graag. Al ruim een half jaar ben ik bezig de lijst met tegens te vullen en Remco de lijst met voors.  Ik leg hem geduldig uit dat ik niet zit te wachten op weer gebroken nachten.  Senne ligt in coma zodra hij zijn kussen raakt en Viggo wordt alleen wakker als zijn speentje weer eens tussen bed en de muur is terechtgekomen.   En dan nog de voedingen. Wie gaat daar voor zorgen? En de zindelijkheid? Ik heb Viggo bijna zover dat ie op de wc zijn plasjes doet.  En hoe zit het met de opvang?  Ik wilde juist meer gaan werken. Hoe gaan we het doen met de kosten. Twee kinderen zijn al duur genoeg. Daar komt dit dan nog bij.  Nee, verzekerd Remco mij. Hij zal trouw elke nacht eruit gaan, zolang het nodig is. En ook de voedingen en de zindelijkheidstraining neemt hi j voor zijn rekening.  En de kosten? “waar er twee eten, kunnen er ook drie eten” is zijn antwoord.

Maanden loop ik erover te piekeren. Wil ik dit echt wel? Hoe doe ik het met de tijd? Ik heb nu al praktisch geen tijd voor mezelf.  En dat kleine beetje dat wel overblijft wil ik graag behouden. Wel honderd keer zeg ik resoluut nee. Remco is echter volhardend. Elke dag komt er wel een reden voorbij waarom we het juist wel zouden moeten doen.  En langzaam maar zeker begint mijn weerstand, mijn zorgvuldig opgebouwde muur af te brokkelen. Uiteindelijk ga ik toch overstag. “Maar dan wil ik wel een meisje!” roep ik naar Remco. Hij kan het niet garanderen, maar gaat zijn best doen zegt hij. En dan na een aantal weken is het zover.  Ee n slaapplekje is gecreëerd, de juiste voeding is in huis en het speelgoed ligt klaar. Zodra Remco voor de deur parkeert begin ik een beetje zenuwachtig te worden. Zal ze het hier wel leuk gaan vinden?  Met kloppend hart doe ik de deur open.   Zachtjes legt Remco een klein, warm bundeltje in mijn armen. Twee grote bruine ogen kijken me vertwijfeld aan en ik kijk terug. Zodra ze haar snoetje in mijn nek begraaft ben ik verkocht.  Het is goed. Welkom thuis, Effi.

Afscheid



18-05-2011 
Wanneer ik s’middags thuis kom roep ik naar Remco; “en, en? Is ie er al?”  “Jazeker!”  Roept Remco en wijst naar boven.  Ik smijt mijn jas in de hoek en onderweg geef ik een vluchtig kusje aan Viggo. Met twee treden tegelijk sprint ik de trap op en daarna nog een trap.  Zowaar, daar staat ie dan. Mijn nieuwe wasmachine.  Zijn zilveren knoppen en deurgrendel blinken me tegemoet en het wit doet pijn aan mijn ogen.  Ik maak een rondedansje van vreugde. Ik kan hier nou wel politiek correct gaan zitten schrijven dat we een geëmancipeerd huishouden voeren. En dat het ONZE wasmachine is, maar in de praktijk betekent dat rode sokken tussen het witte wasgoed en de lingerie op 90 graden.  Nee, dan doe ik het liever zelf maar. In mijn enthousiasme struin ik alle kamers af op zoek naar wasbare dingen.  Tot ik me opeens bedenk waar nu de oude wasmachine is gebleven? Remco zegt dat deze met de bezorgers mee terug is genomen. Nou zeg,  ik heb niet eens afscheid kunnen nemen! Remco kijkt me aan alsof ik hem net heb vertelt dat zijn bloedjes van kinderen van de melkboer zijn.  “Afscheid nemen? Van een wasmachine? Ben je niet lekker ofzo?!?” roept hij uit.  
Al jaren krijg ik een melancholisch gevoel bij het wegdoen van oude spullen wanneer nieuwe hun intrede doen. Het begon met mijn allereerste autootje.  Een golfje, een blauwe.  Een oudje, maar wat heb ik daar een plezier van gehad! En toen de dag kwam dat het golfje naar de sloop moest heb ik hem geaaid, stevig geknuffeld en bedankt voor de leuke jaren. Met tranen in mijn ogen liet ik hem achter. En zo ging het ook met de tweede auto en de derde, het huis waar ik mijn tienerjaren heb doorgebracht toen mijn ouders gingen verhuizen, mijn fiets en nog een fiets, ons bankstel en ons bed.  En nou ben ik echt niet de enige die zo maf is. Mijn moeder idem dito. Ik neem altijd uitgebreid afscheid en kan het zelfs niet laten om na te denken over hoe het object het verder vergaat.  Als de nieuwe mensen maar lief zijn voor de auto en als hij het maar naar z,n zin heeft.  Als de nieuwe bewoners maar aardig zijn voor het huis en dat ze niet te veel gaten boren……etc.  Oke, oke, ik spoor niet helemaal. Maar ik kan het niet helpen.  Twaalf jaar lang heeft de oude flink zijn best gedaan. Van twee wasjes in de week naar twee wasjes op een dag door de jaren heen. Zeker door de laatste paar zware jaren (al die was van spuitluiers en van buiten spelende kindjes) was het beestje gewoon op.

Dus enigszins verdrietig dat de oude al weg is loop ik weer naar boven. De verzamelde was prop ik de nieuwe wasmachine en ondertussen de gebruiksaanwijzing lezend zet ik hem aan. Ik hoor niets….Wat een genotje! Geen  neerstortende vliegtuiggeluiden  meer!  Zelfs op 1400 toeren is het geluid minimaal. Zodra ik de deur van de machine open doe valt het me op. “ Remco, de was ruikt raar” roep ik. Nee hoor, zegt Remco , das niet raar, dat is hoe fris ruikt. Oeps, ja dan was het ook echt tijd om afscheid te nemen.

Fans



 27-04-2011 


Zolang als ik me kan heugen ben ik nooit echt fan van iets of iemand geweest.
Tuurlijk, in mijn vroege tienerjaren speelde ik op school scene’s uit “goede tijden, slechte tijden” na op het schoolplein (terwijl in werkelijkheid wij die serie bijna nooit keken, omdat mijn ouders het te laat vonden). En ik knipte de posters uit de Tina en de Break out! uit om die op mijn kamer her en der te verspreiden over de muren en deur. Niet omdat ik verliefd zou zijn op de persoon op de poster, maar meer omdat iedereen dat deed. Heb het fan zijn nooit echt begrepen.

Ik keek vol verbijstering naar de beelden van een optreden van “the King”  en van de Beatles waarbij hele hordes vrouwen gewoon plat gingen van opwinding. Huilende, schreeuwende en vooral wanhopige vrouwmensen die een jongen, die toevallig toon kon houden en een beetje met zijn heupen schudde, volledig aanbidden. Nooit begrepen.En ook in de loop van de jaren, wanneer popidolen kwamen en gingen, snapte ik het niet.In de rij liggen met een kuipstoeltje en een halfvergane slaapzak voor kaartjes? Nooit gedaan.Naar een hotel rijden en stiekem proberen binnen te sluipen, omdat je idool daar misschien overnacht? Geen behoefte aan gehad. Vooraan bij een concert gestaan en compleet je stembanden aan gort schreeuwen en denken dat wanneer je idool eventjes jouw kant op kijkt, hij of zij je meteen een aanzoek wil doen? Neuh… Wel eens op de tweede ring (staanplaatsen) bij een concert van Sting gestaan!
 Ik kan ook niet tegen die tv programma’s zoals fans. Plaatsvervangende schaamte in het kwadraat krijg ik daarvan. Alsof die mensen rechtstreeks van GGNet zo in dat programma zijn gekwakt.Verschrikkelijk! Vooral ook omdat diezelfde mensen heel oprecht in de overtuiging zijn dat zij van hun idool houden en dat idool natuurlijk ook van hen. Het is als kijken naar een verschrikkelijk auto-ongeluk. Je hele hart en verstand zeggen kijk weg, maar je ogen blijven gefixeerd op die geamputeerde arm die op de straat ligt.  Popstars, the Sing off, Idols, zingende dansers sterren op het ijs en ga zo maar door….het zijn allemaal programma’s waar ik snel bij verder zap.  
Bij een kort optreden van Senne op zijn school is het die dag koud en regent het pijpenstelen.
En laat nou net dat optreden buiten plaatsvinden. Terwijl ik met de fiets aan kom rijden zie ik dat ik toch iets eerder van het werk had moeten weggaan. Met mijn paraplu in de aanslag en de kraag van mijn jas omhoog tegen de koude wind probeer ik mij een weg te vinden in de meute.Met een paar elleboogjes hier en daar en flink wat niet-gemeende sorry’s baan ik me enigszins naar voren, om vooral een glimp van mijn zoon te kunnen opvangen. In de drukte zoek ik naar een hummeltje in een grijze jas, maar ik kan hem niet vinden. De paraplu’s van andere moeders en vaders steken mij nog net geen oog uit en tussen het ontduiken door probeer ik Senne met mijn onderbewustzijn mijn kant op te laten kijken.  Jammer genoeg zit ik niet op het niveau van “Char” en moet ik maar overgaan tot het ouderwets ongegeneerd (en een beetje ordinair) schreeuwen. De paraplu is inmiddels overleden door een paar rukwinden en daardoor heb ik de handen vrij. Ik zwaai zo hoog als ik kan over de hoofden van andere verkleumde ouders, opa’s en oma’s heen, ondertussen zijn naam roepend……..”Shit!” denk ik opeens. Ben ik dan toch een fan???









Moedergevoel

25-03-2011


Soms is het moedergevoel bij mij ver te zoeken.  Bijvoorbeeld wanneer ik voor de tiende keer aan Senne vraag of hij zijn schoenen aan wil trekken. En dat terwijl hij met z,n neus tegen de tv gedrukt staat en het al vijf voor half negen is. Luisteren ho maar! Of Viggo, die de hele dag alleen maar aan het jengelen is. Broodje door de helft in plaats van zes stukjes gesneden? Huilen. Kan niet bij een speeltje? Huilen. Een blauwe beker in plaats van een rode? Huilen. Armpje tussen de deur? Huilen…eh o ja, je zou haast vergeten tijdens zo,n dag dat er ook ‘echte’ huilmomenten zijn.  Het lijkt ook wel op zo,n jengeldag dat kinderen dan extra onhandig zijn. Ik geloof dat Viggo wel tien keer z,n hoofdje heeft gestoten. Moet wel erbij vermelden dat drie keer daarvan mijn schuld was, ahum.  Ik wilde hem in zijn autostoeltje zetten, maar meneertje bliefte dat niet zo. Dus hij ging gestrekt de auto in, boem, met z,n kop tegen het plafond van de auto. Huilen dus en kus erop. Ik wilde hem daarna recht in de stoel zetten. Pats, weer z,n hoofd, maar nu tegen de zijkant van de autodeur aan. Weer huilen natuurlijk en weer een kus erop. Om hem bij het terugzetten weer met z,n hoofdje tegen het plafond te stoten. Toen voelde ik me wel even een slechte moeder ja.  Zouden ze daarom die rare stenen op de markt kinderkopjes noemen? Omdat ze zo bultig zijn?
Maar op een jengeldag heb ik tevens het geduld van een strijker. Niet een kort lontje, maar gewoon helemaal geen lontje. Ik kan het dan soms ook niet laten om gewoon even op de wc te gaan zitten. Vingers in de oren en de deur op slot, terwijl in de kamer twee van die krijsende snotapen zitten. Met mijn ogen dicht probeer ik tot tien te tellen. Ik ga zelfs met plezier sporten tegenwoordig, alleen al maar om even weg te zijn van die uitvreters. O, en wat zou ik ze dan graag met hun kleverige handjes en snotterige mondjes aan de straat willen zetten.  Een bordje “ gratis mee te nemen” om hun nekjes. Maar ja, dat doe je dan ook maar niet. Afgezien van de rare blikken van je overburen, schijnt ook Bureau jeugdzorg hier niet zo dol op te zijn. Neemt niet weg dat ik soms terug verlang naar de dagen dat ik geen kinderen had. Trouwens, dat is niet waar. Maar ik verlang wel terug naar de dagen dat Senne nog enig kind was. En bijna 4 jaar oud. Wat een heerlijkheid was dat. Op zaterdagochtend strompelde ik, of Remco (lag eraan wiens beurt het was) naar beneden. Met de ogen nog half dicht smeerde ik een broodje en zette een glas melk klaar. DVD’tje in de dvd-speler en Senne op de bank.  Dan strompelde ik weer terug naar mijn bed en lag ik anderhalf uur lang weer lekker in coma! HEERLIJK!  Tja, dat duurt nog wel effe en gezien de rivaliteit tussen de twee broers komt die tijd nooit meer terug. Ik ben bang dat ik de broodjes uit de dvd-speler kan gaan pulken  en ik de melk ‘gedweild’ terug vindt over het parket. Nee, Senne en Viggo kunnen leuk spelen, maar niet samen.
Terwijl ik dan met mijn vingers in de oren op de wc zit wordt het opeens verdacht stil.Geen gekrijs, geen ge”mama!”  en vooral geen rondvliegend speelgoed. Voorzichtig koekeloer ik om de hoek. En wat zien ik? Niets..verdikkeme! Zijn ze hem weer gepeert! Gauw controleer ik of mijn rits dicht zit en schik ik mijn haar. (Je weet maar nooit welke moeders er nu weer op het bankje zitten en ik heb geen zin om als de slons van de varentuin te boek te staan.) Op een gespeeld rustige manier , maar wel met mijn hart in mijn keel, spurt ik naar het pleintje. Viggo is namelijk nog veel te jong om alleen te spelen op het pleintje en vooral ook omdat meneertje de “brommes” zo leuk vind. En er dan ook met verstand op nul achteraan gaat. Daar aangekomen zitten ze met z,n tweetjes wurmen te zoeken in de modder, godzijdank. En dan, als uit het niets komt Remco aanfietsen. Met welgeteld 1 handgebaar draag ik de kids over en spurt ik naar huis. Wat ga je doen? Vraagt Remco verbaasd.  Ehhhh, roep ik,  ik moet heel nodig naar de wc!



School

14-02-2012


Senne gaat nu zo,n anderhalf jaar naar school en ik vind dat ik ondertussen al best wel goed meedraai in dat hele gebeuren. Vond ik het in het begin erg wennen, vooral doordat ik middelbare schoolflashbacks kreeg van het gekliek van sommige moeders. Nu rol ik een keer mijn schouders los en ga stoïcijns bij een groepje staan. Moet je eens doen en dan die gezichten zien!
De eerste keer een tienminutengesprek vond ik een hele ervaring. Een compleet jaar wordt in een gesprek van tien minuten gepropt. Die juffen moeten daardoor zo snel praten dat ze er een tongverlamming aan over houden! En ik? Ik heb de helft niet eens begrepen. Een Cito-toets? Voor 4-jarigen? Ik begin keihard te lachen, totdat ik de samengeknepen lippen van een streng kijkende juf in de gaten krijg. Oh, het is geen grapje…………Ik viel zowat uit mijn stoel toen ik het hoorde. Echt waar, zelfs kleuters krijgen citotoetsen. Het is dan wel in de trant van ‘kleur alle strandspullen geel (tussendoor zie je een verdwaalde sjaal of muts)” , maar toch. Een cito-toets! 
Zo rond diezelfde periode, halverwege het jaar, kwam Senne vaak thuis met een sip gezichtje.
Frustraties alom wanneer ik hem enthousiast vroeg om zijn naam op een kaartje voor het jarige buurjongetje te zetten. Wat blijkt, meneertje heeft moeite om zijn naam te schrijven. Maar op school MOET hij van de juf zijn eigen naam op zijn tekeningen zetten. En wat gebeurt er dan? Omdat het niet goed lukt en de juf maar blijft aandringen wordt hij boos en moet hij vanwege die uiting van frustratie in de ochtendpauze binnen blijven zitten, terwijl zijn vriendjes vrolijk buiten de boel op stelten zetten. Ja, daar zou ik ook obstinaat van worden. Wacht even, daar wordt ik ook obstinaat van! In plaats van hem een stukje ruimte te geven en de natuur zijn gang te laten gaan, wordt er tijdens een tweede tien minutengesprek op zeer indringende toon aangeraden om Senne fysiotherapie te laten ondergaan. Want een kind dat op deze leeftijd zijn naam niet kan schrijven, nou, das toch wel heel ernstig. Ik weet niet beter dan dat ik tot groep drie niets anders deed dan in de poppenhoek spelen, knutselen en verkleden. Lettervaardigheid? Cijfervaardigheid? Voorbereidend lezen? De enige letters die voor mij van belang waren, waren die van chocolade tijdens de sintviering.  Maar goed, om terug te komen op dat tienminutengesprek. Ondertussen blies de stoom zowat uit mijn oren! Ik zag Remco al heel ongemakkelijk op zijn veel te kleine stoeltje heen en weer schuiven, omdat hij op de hoogte is van mijn temperament en allesoverheersende moedergevoel. Toch wist ik, wel met enige moeite, vriendelijk te glimlachen en door mijn opeengeklemde kaken te vragen wat de noodzaak was van deze aanbeveling.

Immers, ik had zelf ondervonden dat wanneer je een kind niet pusht maar op spelenderwijs dingen aanlevert en hem prijst voor de moeite, het op een gegeven moment ook zelf wil. En daar zit hem de crux. Een kind moet plezier hebben in wat hij doet. Dan gaat het zowat vanzelf.  Met enige moeite heb ik ze kunnen overtuigen dat ik het zelf nogal aan de vroege kant vond om al met fysio te beginnen en ben ik thuis flink gaan afreageren op Remco. (sorry schat!) Na de zomervakantie, zo,n maand het nieuwe schooljaar in wordt ik in de hal van de school zowat besprongen door de juf. Of ik al heb nagedacht over fysiotherapie. Eh nee, dat was toch een gesloten hoofdstuk?  Niet dus. In 1 ademteug verteld ze allerlei horrorverhalen over kinderen die niet kunnen meekomen in groep drie en Senne’s verkeerde schrijfhouding. Ondertussen schuift ze me een visitekaartje toe van een fysiotherapeut vlakbij de school. Alle kinderen van deze school worden naar hen toe verwezen. Ja tuurlijk! Das een mooi 1-2tje!
Zo eigenwijs als ik ben neem ik een ander. (dit tot grote verbazing en enigszins ergernis van de juf, gna gna) Deze lieve juf Hennie bekijkt Senne een tweetal sessies en besluit dat er met dit kind helemaal niets aan de hand is. Ja, hij is in zijn grove motoriek nogal wat onhandig, maar met het schrijven is niets mis. Komt vanzelf in de loop van dit jaar wel. Ik kan haar wel zoenen!. Met een gevoel van ‘zie je nou wel’ loop ik de klas binnen. Om meteen met beide benen op de grond gezet te worden door de woorden ‘twijfelgeval’ en ‘ te speels’. Zucht……



Kerst

10-12-2011


It’s the most wonderfull time of the year! Althans, dat zeggen alle liedjes op de radio en alle winkels die je deze maand in loopt. Die man met met de baard en zijn paard zijn amper het land uit en je wordt meteen doodgegooid met kerstballen. Nou was ik ook al geruime tijd klaar met die kerel, want wanneer je de eerste pepernoten in augustus al voor de kiezen krijgt, dan ben je in december pepernotenmoe!  Je kunt merken, ik wordt er een beetje cynisch van.
Dat is echter niet altijd zo geweest. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik zo,n 15 jaar geleden de maanden november en december fantastisch vond! Het gevoel van verwachting, de lichtjes, de gezelligheid, de kerstboom in huis, het jaarlijkse gourmetten en een tweedaags vreetfestijn omringt door famillie en vrienden. En als kers op de taart een week later een lichte herhaling, maar dan met vuurwerk. Toppie! Weken voor kerst waren we bezig met de voorbereiding. Ik kon niet wachten tot die boom er eindelijk kwam. En dan het samen optuigen, onder begeleiding van de hemelse stem van Mariah Carey. Shoppen in de stad met al die lichtjes en mooi opgemaakte etalages. Overal kerstmuziek en vrolijke mensen. En dan nog de spanning van de te krijgen kadootjes. Ergens in de loop van de tijd ben ik dat gevoel een beetje kwijtgeraakt. Op automatische piloot schrijf ik in november de kerstkaarten, om ze vervolgens vergeten te posten. 
Een winkel in tijdens de kerstperiode? Een verschrikking! Na de zoveelste volle winkelkar die ongegeneerd in mijn achterwerk geduwd wordt, door mensen die denken dat de Hongerwinter op komst is gezien die afgelaaide kar, kan ik het niet meer opbrengen om vriendelijk te blijven. Mensen, doet eens normaal! Het is kerst, niet het einde der tijden. (dat komt pas in 2012 volgens de mayakalender, gna gna gna). Een cadeautje kopen doe ik daarom het liefst via de digitale snelweg. En de boodschappen? Die laat ik over aan een ander, sorry Remco. En dan is het kerst! En gaan die twee dagen net zo snel voorbij als de rest van het jaar. Een soort van anticlimax. Je verwacht een knalfuif, maar uiteindelijk komt de enige knal van een doorgebrand gourmetstel, zijn de kinderen kotsmisselijk van de kerstkransjes en sta ik met een veel te volle pens de vloer te dweilen. En waar het eeuwig duurde voordat de klok eindelijk 12 uur sloeg op oudejaarsdag, is het nu met een keer knipperen voorbij. Stinkend van het vet (omdat ik me altijd weer laat overhalen om de hele dag in een ijskoude schuur appelflappen te bakken) en met beslag in mijn haar zoen ik de buren een gelukkig Nieuwjaar.  Een heel nieuw jaar, want het oude is alweer voorbij. Misschien is dat het wel. Naarmate je ouder wordt gaat de tijd een stuk sneller. Helemaal wanneer je kinderen hebt. Zeker de eerste twee jaar zijn tropenjaren waarbij je heel vaak je verstand op nul moet zetten om de dag door te komen. De weken vliegen voorbij en ik heb vaak het gevoel dat ik van weekend tot weekend leef. Met de naderende feestdagen overvalt mij dus een gevoel van melancholie. Weer een jaar voorbij, weer een jaar op de automatische piloot doorgebracht. Welke voornemens had ik ook al weer? En heb ik deze kunnen waarmaken? Ik heb er niet eens over nagedacht, ik had geen tijd! Dus dat is mijn goede voornemen voor 2011! Ik ga tijd maken om stil te staan bij mijn goede voornemens. Nee, das het dus net niet. Ik moet tijd gaan maken om stil te staan bij wat ik heb en wat ik doe. Hoe noemen ze dat ook alweer….o ja, mindfulness.

Bewust dingen ervaren. Living in the moment zeg maar. En ik ga proberen om dat gevoel dat ik 15 jaar geleden had weer terug te brengen. Al was het alleen maar omdat ik mijn kinderen dat ook gun. Over mindfullness en goede voornemens gesproken, ik ga nu heel bewust genieten van aangebrande aardappelen omdat ik, tijdens het tikken van dit verhaal, ben vergeten dat ze op het vuur stonden………..

Zielig

15-10-2010


Soms heb je dat, van die dagen waarop je enorm veel medelijden met je zelf hebt.
Ik heb dat meestal, heel erg voorspelbaar, net voor mijn maandelijkse feestdagen.
Of wanneer ik een mooie documentaire heb gezien, of een prachtige film. Dan kruipt die vraag vanuit mijn binnenste ongemerkt omhoog. Totdat ik het merk en het te laat is om hem het zwijgen op te leggen.  “is dit alles?”  Het lijkt ook wel dat me dit vaker overkomt nu ik bij de ‘ club van dertig’ hoor. Ja mensen, het schijnt er echt te zijn, die club van dertig. Een geheime genootschap waarvan alleen dertigers vanaf weten. Niemand heeft het erover en erover spreken doen ze zelden. Maar wanneer je die dertig op je voorhoofd hebt staan slaan ze je ermee om de oren, WELKOM BIJ DE CLUB VAN DERTIG!

Enniehoe, terug naar de vraag. Is dit alles? Ik ben dertig, vaak gelukkig getrouwd, maar ook wel af en toe ongelukkig getrouwd. Vooral wanneer ik voor de zoveelste keer vuile sokken onder het bed vandaan pluk, of laat thuis kom en man- en zoonslief vragend en vooral hongerig naar me opkijken vanaf de bank, voor de tv, grrrrrrrrrr.  Ik heb een koophuis, lage hypotheek, leuke inrichting (al zeg ik het zelf) fijn bedje, twee bloedjes van kinderen, lieve ouders en schoonouders en ook niet onbelangrijk, allemaal zo goed als gezond.  Ik heb een leuke baan waarin ik veel vrijheid en zelfstandigheid ervaar. Lieve, fijne collega’s en het werk is om de hoek. Dus mag ik eigenlijk niet klagen……………………maar daar zit hem nou net de kneep.


Het gras is altijd groener bij de buren. Stiekem droom ik ervan dat Jared Leto mij op Schiphol, op weg naar mijn nieuwe baan in New York bij de Nederlandse ambassade, de koffers van de kar loopt. Al mijn kleren vliegen door de lucht en belanden voor zijn voeten. Hij voelt zich daar zo naar van dat hij me spontaan een stoel naast hem in de buissnessclass aanbied om bij te komen van alle ellende. Onderweg, tijdens die zes uur durende vlucht ( ja, als ik dagdroom check ik wel de feiten!)  kletsen we over van alles en nog wat. Hij verteld over zijn band en ik over mijn nieuwe start in een nieuwe stad. Eenmaal aangekomen nemen we afscheid, ik ga er van uit voorgoed. Maar tot mijn verbazing staat de volgende dag op mijn nieuwe kantoor op de dertigste verdieping van een wolkenkrabber vlakbij Central Park, een giga bos rozen. Nee, gerbera’s. Hij is wel zo excentriek..  Hij was blijkbaar zo van me gecharmeerd dat hij me nog eens wil ontmoeten.  Een backstagepasje voor zijn concert die avond zit bij het kaartje. Tijdens het concert, achter de coulissen wisselen we zwoele blikken naar elkaar uit. De spanning stijgt…..
Een hevig bezwete Jared neemt afscheid van het publiek en neemt me bij de arm.
Weg uit die warme concerthal de koele avondlucht in. Zijn hotel is vlakbij en de kamer waarin hij verblijft is enorm. Hij loopt de badkamer in en ik trek mijn jas uit. Vanuit de badkamer hoor ik
opeens zijn warme stem, hij zegt………….MAMA! IK HEB GEPOEPT! Verschrikt ontwaak ik uit mijn mooi dagdroom. Hè, gatver.  Das nou net het mooie van dagdromen, dan kun je dingen weglaten die op dat moment effe niet uitkomen. Zoals kinderen!  Mopperend over het feit dat ik zo bruut gewekt ben op het moment suprême loop ik naar het toilet. Daar zit een klein ventje met z,n neus tegen z,n knieën gedrukt, te wachten tot ik zijn billen afveeg. Zodra ik klaar ben springt hij op en geeft me een kus. “dank je wel, lieve mama” zegt hij.  En terwijl zijn drol samen met mijn dagdroom door het toilet gespoeld wordt, spookt het door mijn hoofd; Ja, dit is alles en ik ben er maar wat blij mee.


Zwemles

05-09-2010


Eindelijk is het dan zover.  Senne mag voor het eerst naar zwemles. Na ontelbare keren ‘over ….nachtjes slapen’ als antwoord op zijn vraag wanneer hij nou eindelijk mag zwemmen, is het zover. Omdat Viggo op vrijdag ook thuis is gaan we met z,n drieën op pad. Ik heb het helemaal uitgedokterd. Ik breng Senne naar binnen, heb dan drie kwartier om even een boodschapje te doen met Viggo en ben op tijd weer terug om Senne op te halen.
In de veronderstelling dat ik zo weer terug ben bij de auto neem ik Viggo op de arm en laat de buggy voor wat ie is. Bij het zwembad aangekomen meld ik me netjes aan via het pasje. Samen lopen we door de gang naar de kleedkamers. 25 jaar geleden liep ik hier ook als klein meisje denk ik nog en vraag me af waarom het me totaal niet bekend voorkomt? Het is dus inderdaad bergafwaarts na je dertigste, slik!  Senne is zenuwachtig en vergeet prompt hoe hij zich moet aan- en uitkleden. Dat moet ik dan maar voor hem doen. Viggo vindt het ook enorm spannend en gaat er spontaan vandoor. Met Senne’s zwembroek in de ene hand en een hevig spartelende Viggo aan de andere loop ik terug naar de kleedkamer. Met de vrije hand trek ik zo goed en zo kwaad als het kan Senne zijn zwembroek aan. Ik kijk om me heen en zie dat ik als enige ouder het witte kikkerplaatje op zijn broekje heb genaaid. Ben ik zo braaf of heb ik een email gemist?
Samen lopen we naar de klapdeuren. Had hij net nog een grote mond, zodra die klapdeuren open gaan en een grote gele meneer naar buiten komt (de badmeester dus) duikt zoonlief achter mijn benen. Hij wil niet meer. Och jee, had ik moeten zien aankomen, maar niet dus. Na veel vijven en zessen (en de belofte van een uur Nintendo ds’en bij thuiskomst) gaat meneer overstag. Ondertussen is Viggo alle kleedkamers al afgeweest en struint nu rond in het badmeesterkwartier.Op het moment dat ik hem eindelijk in de kladden heb en oververhit de hal wil verlaten vraagt de gele meneer waar ik naartoe ga? “Ehhhh, naar de kantine?” Zeg ik met een benepen stemmetje. Niet? Nee dus! Ik krijg twee plastic blauwe hoesjes voor over mijn schoenen en wordt mee naar binnen getrokken. Pfffff, was het in de kleedkamers al benauwd, in het zwembad zelf beneemt het me de adem. Ik krijg wat instructies, maar met een spartelend kind in een veel te warme winterjas ontgaat me de helft. Ik mag naar de zijkant van het peuterbad lopen en daar op een van de bankjes plaatsnemen. Zodra ik ga zitten krijg ik spijt. Ik zit op een groen bankje boven de verwarming. En die loeit gigantisch. Het zweet parelt me over het voorhoofd. Terwijl ik probeer te voorkomen dat Viggo zich met veel enthousiasme in het water werpt, loopt de badmeester naar me toe. Quasi vermanend zegt ie(en nee dat is niet grappig badmeester!) “Toch eigenwijs zijn he!’. Hij gebaard naar het bankje. ‘ik zei toch niet de groene, want die staat boven de verwarming’ . Ja, lekker! Alsof ik bewust kies voor het akelige gevoel van druppelend zweet in mijn bilnaad.
Met een kop als een tomaat en klotsoksels zwaai ik naar een enthousiaste Senne.
Na een kwartier is mijn geduld en mijn deo op. Ik kan nog net Viggo bij zijn kladden pakken voordat hij het zwembad in duikt. (nog iets dat ik niet snap, want thuis rent hij weg zodra het bad aangaat!) Door de klapdeuren heen waait een frisse wind me tegemoet. He gatver, zo fris is die wind dus niet. Het meurt naar zweetsokken en klotsoksels. Oh, wacht even…..dat ben ik.Ik loop gelijk door naar buiten om de mix van chloor, stinksokken en natte hond kwijt te raken.

Het is nu te laat om nog een boodschap te gaan doen. Viggo is moe en veel te warm en daardoor strontvervelend. Het resterende half uur duurt daarom een eeuwigheid. Vijf minuten voor eindtijd sta ik weer bij de klapdeuren. Een druipnat jongentje rent me tegemoet en vertelt enthousiast over het zwemmen.  Eenmaal aangekleed en nog net een megagrote snoepautomaat weten te ontwijken zitten we eindelijk in de auto terug naar huis. Thuis plof ik op de bank en sms ik meteen Remco. “volgende week ben jij aan de beurt! “

Feestjes

25-08-2010

Elke verjaardag neem ik het me weer voor en elke verjaardag komt er niets van terecht.
Een verjaardag moet leuk zijn, ontspannend en vooral een feestje! Dat is het meestal ook voor het jarige jopje en de gasten, maar niet zo voor de gastvrouw des huizes. Ik loop me vaak een ongeluk tussen de gasten en de keuken. Van wie wil wat te drinken, wie wil er taart, wat voor taart, hoe groot, vorkje erbij? Tot het maken en laten rondgaan van de hapjes e.d. Aan het einde van de dag neem ik vermoeid afscheid van iedereen zonder dat ik ze ook maar 1 moment gesproken heb. (afgezien van de taartdialoog dan….)  En aan het einde van die dag neem ik me voor om het de volgende keer totaal anders te doen. Dan gooi ik de hele pleuriszooi op een grote tafel en mogen ze zelf gaan uitmaken welke taart het mag zijn. Chips? Op de tafel. Hapjes? Op de tafel! Drinken? Op de tafel!!!! Gewoon zelfbediening. En dan zit ik met mijn taartje en drankje lekker op een stoel in de tuin, heerlijk te ontspannen. Maar ja, in mijn achterhoofd weet ik ook wel dat dat Utopia is.
Waarschijnlijk is het die dag flink aan het plenzen en zitten we noodgedwongen binnen. Ik zie al die vieze voetjes al op de vloer staan. De kids die helemaal hyper van de kleurstoffen en de suiker van binnen naar buiten en van hot naar her rennen. Taart tegen de muur. Mijn nichtje van 2,5 die ziet dat we haar mooie tekening op de muur net hebben overgeschilderd en ter plekke besluit dat ze een nog mooiere kan maken. Maar als een wonder blijft het mooi die dag. Afgezien van een paar buitjes tussendoor, wat toch niets uitmaakt omdat we twee partytenten opgezet hebben, is het warm en zonnig. De kinderen vermaken zich met het pas gekregen speelgoed of op het pleintje. De stiften en potloden zijn goed opgeborgen en buiten bereik van kleine handjes. Zoals ik het mezelf had voorgenomen stond alles op de grote tafel en ook dit ging wonderwel goed. De taartdialoog is er echter in gebleven, heb een beetje moeite om dat uit handen te geven, maar voor de rest van de dag kon ik lekker op mijn stoeltje in de tuin zitten. Heerlijk!!!!

En wat een feest voor Senne. Hij heeft genoten van die dag. Helemaal enthousiast zitten we samen
om tien uur s’avonds op zijn kamer nog zijn gekregen lego en duplo in elkaar te zetten. Zo kan hij morgen meteen ermee spelen. (en hopelijk laat hij ons dan nog even liggen) Tot ik een klein vermoeid stemmetje hoor die zegt “mama, morgen mag je er ook wel mee spelen hoor, maar nu wil ik graag slapen.”

Mikado

20-06-2010


Toen Senne net geboren was en ik naar dat bundeltje met zwart haar keek dacht ik meteen; “ja, deze is van mij!”  Toch was Senne in verhouding met zijn pa en moe erg donker qua huidskleur en had een bos ravenzwart haar. Het koste mij veel moeite om de verpleging te overtuigen dat het waarschijnlijk geen geelzucht was, maar het resultaat van de familiegenen,  totdat mijn moeder en oma binnenliepen. Toen viel het kwartje bij ze. Ondanks zijn kleurtje leek meneertje echt sprekend op mij als baby.  Die mooi grote donkerblauwe kijkers werden als snel bruin, zijn haar werd lichter, maar het kleurtje bleef. Dus toen de tweede op komst was verheugde ik me weer op zo,n pinda.  Groot was mijn verbazing dan ook toen Viggo bij me op de borst werd gelegd. Ik moest ik toch wel even twee keer kijken. In tegenstelling tot zijn grote broer, die helemaal puntgaaf en ‘strak’ tevoorschijn kwam, lag er nu een verfrommeld hoopje mens in mijn armen. “ een oude ziel!”zei mijn moeder snel. Nou ja, dat klinkt in ieder geval beter dan ‘wat is ie lief!!!!’ ( en iedereen weet wat dat betekent!) Met zijn lichte haartjes, bleke huid en al die rimpels leek hij in niets op zijn broer. Maar ook niet op zijn ouders. Dat werd naarmate de tijd verstreek ook steeds duidelijker. Met zijn vlasblonde haren en felblauwe ogen vroeg ik me regelmatig af of ze in het ziekenhuis misschien een foutje hadden gemaakt. Logischerwijs kan dat natuurlijk niet, want Viggo is na de geboorte niet meer uit mijn armen geweest, maar toch. Nadat ik alle babyfoto’s van mijzelf en van Remco had doorgespit en eigenlijk de hoop een beetje had opgegeven stuitte ik op een babyfoto van Remco van een paar maanden oud. En warempel, hij leek er zowaar een beetje op. Niet dat je zegt van, “wow twee druppels water!” Maar meer dat je denkt, “tja, als het zo bekijkt” (en dan de foto een beetje scheef houden.)

Nu Viggo wat ouder is weet ik waar hij zijn ‘looks’ vandaan haalt. Viggo is namelijk het evenbeeld van mijn schoonvader. Net zoals Senne zijn donkere uiterlijk van zijn Oma (moeders kant) heeft, heeft Viggo dat van zijn Opa (vaders kant).  Dat dit nog wel eens tot verwarring leid bij sommigen is tot op zekere hoogte wel komisch. De keren dat mensen na de vraag of het broertjes zijn nog even bedachtzaam van Senne naar Viggo , van Viggo naar Remco en van Viggo naar mij kijken is niet meer te tellen. Je hoort gewoon de radertjes kraken. En ik weet echt wel wat ze denken hoor! En nee, wij hebben geen melkboer in de straat. Of glazenwasser, of tuinman. 
Maar denken is iets anders dan zeggen. Laatst was ik op een verjaardag van mijn nichtje en raakte ik aan de praat met een buurvrouw uit de straat. Na enkele minuten mijn kinderen te hebben geobserveerd vraagt ze of alle twee de kinderen van mij zijn. Met nauwelijks verhulde trots zeg ik ja. Geheimzinnig buigt ze zich voorover en zegt op samenzweerderige toon; twee verschillende vaders zeker “ en ze geeft er nog net geen knipoog bij. In mijn verbijstering kan ik alleen maar heel hard lachen. Gauw leg ik uit dat er maar 1 vader in het spel is geweest en dat de jongste heel erg op mijn schoonvader lijkt. En terwijl ik dat zeg klinkt het meer en meer als een verontschuldiging of een smoesje. En dan slaat toch de verontwaardiging toe. Niet die avond op het feestje, maar de volgende ochtend aan het ontbijt. Al die keren dat het niet hardop uitgesproken wordt, maar wel wordt gedacht, daar heb ik tot nu toe nog geen moeite mee gehad. Ik vond het wel grappig. Maar nu het zo de ether in geslingerd wordt besef ik dat het me wel degelijk wat doet.
Ik vind het heerlijk dat ik twee totaal verschillende kinderen heb, zowel qua uiterlijk als innerlijk. De één is een pinda, een dromer, een danser en een verschrikkelijke knuffel. De andere een blanda, durfal, onderzoeker en vooral een levensgenieter. (lees: lekker eten!) Senne is een mama’s kindje, Viggo wil alleen papa. Ik vind het vooral bijzonder dat moeder natuur op die manier laat zien dat zij de baas is. Je kunt wel een bepaald plaatje in je hoofd hebben, maar uiteindelijk is het toch een kwestie van het husselen van genen.  Een soort van mikado, maar dan met DNA. En de stokjes zijn bij alle twee op precies de juiste plaats gevallen! En de volgende keer dat het mij gevraagd wordt? Dan staat het doosje mikado met uitleg al klaar!

Vakantie

06-05-2010

We gaan op vakantie! We gaan op vakantie……..  Shit, we gaan op vakantie, slik….
Opeens slaat het toe. De vakantiepaniek. Wij zijn nog nooit, nee, nog nooit MET kinderen op vakantie geweest. Ook niet eens geoefend met de eerste! En nu hebben we een vakantie geboekt in een land vier uurtjes vliegen vanaf Amsterdam voor twee volwassenen, 1 kind en een baby. “Hoe ga ik dit in godsnaam doen!?!” spookt het door mijn hoofd. We hebben al een duurdere vlucht geboekt, omdat ik niet het risico wilde lopen om op de terugweg, midden in de nacht met twee krijsende kinderen op Dusseldorff gedumpt te worden.  Toch spoken er allerlei rampscenario’s door mijn hoofd. Viggo die vier uur lang krijst omdat hij last van zijn oortjes heeft, Senne die van de spanning buikloop krijgt en daardoor om het kwartier naar het toilet moet (lees: spetterpoep van de achterwand vegen in een hokje van 1 bij 1), babyvoeding die niet door de douane mag, omdat het wel eens een bom zou kunnen zijn en dan heb ik het nog niet eens over mijn eigen vliegangst, slik.  

Om de chaos die daardoor in mijn hoofd ontstaat een beetje de baas te blijven maak ik graag lijstjes, dus ben ik al een tijdje bezig met  ‘de Vakantielijst’ .  Ja, voor diegenen die het nog niet wisten, ik ben een lijstjespersoon. Was ik tot de geboorte van mijn kinderen niet hoor, maar blijkbaar is bij de bevalling niet alleen de placenta weggehaald, maar ook een stukje van mijn geheugen en het gedeelte waar mijn overzicht zat.  Enniehoe, terug naar dat lijstje. De zonnebril, zonnebrandcrème en zonnehoed staan er al op. Ook aan de zwemluiers wordt gedacht. En natuurlijk de zwembroeken en bikini. (ieks! De bikini! Nog weer iets waar ik s’nachts van wakker lig!) En zo ben ik een tijdje bezig om tot de conclusie te komen dat die kinderen van mij toch een hoop rotzooi nodig hebben! Jeminee, gewoon een koffer vol! Ik kan met Remco 1 koffer delen. Een paar korte broeken en genoeg onderbroeken, wat T-shirts en voor nood een tube handwaszeep.
Maar Viggo heeft extra verschoning nodig in geval dat de stront weer eens onder zijn oksels geplakt zit. En Senne, tja, die is nog steeds niet helemaal 100 % zindelijk.  Vaak nog heeft hij een natte broek, omdat hij onderweg naar het toilet een lieveheersbeestje tegen komt of zo. Dus ook voor hem extra kleding en onderbroekjes. Dan nog de melk en pap voor Viggo en de potjes Olvarit niet te vergeten. De kamer van Viggo dient tijdelijk als opslagruimte voor de al vooraf ingekochte vakantiebenodigdheden.  Het is een wonder dat ik zijn bedje nog kan vinden tussen al die troep!De ID-kaarten zijn aangevraagd en opgehaald (Waar Senne natuurlijk weer op staat als een boer met kiespijn en daar moet je dan vijf jaar mee doen!), de tickets zijn binnen en gelukkig blijkt dat de buisjes van Viggo er nog steeds in zitten. De KNO- arts verzekerde me dat het vliegen dan een stuk prettiger verloopt.
Dus met een redelijk goed gevoel, gewapend met mijn lijstje (check!)  en met het vooruitzicht dat ik me altijd nog tegoed kan doen aan seebuyfly-alcohol gaan we over een week op pad. En er zitten niet alleen maar nadelen aan vliegen met kleine kinderen. Als het goed is heb ik zoveel aan mijn hoofd tijdens de reis dat ik er niet meer aan denk dat ik eigenlijk vreselijk bang ben om te vliegen……


(Lente)kriebels

21-03-2010


Kriebels, ik krijg kriebels.  In een week tijd zijn er drie kindjes om mij heen geboren. Twee meisjes en een jongen.  Terwijl ik het geboortekaartje van een van hen lees, zwaait de overbuurvrouw naar me en probeert met haar hoogzwangere buik en kind op de arm de deur open te krijgen. Remco die van boven roept wat we met de wieg gaan doen (Dus Lisette, schiet nou eens op met die tweede!) en de WIJ jonge ouders-magazine die voor de laatste keer door de brievenbus geduwd wordt. Nu met waarschuwing en acceptgiro, want Viggo is al weer 1 en dus houd het gratis verstrekken van dit leuke blaadje op. Voor een x bedrag kun je een abonnement nemen. En hoewel ik het een hartstikke leuk blad vind, om er nou een abonnement op te nemen gaat mij ook te ver. De artikelen gaat toch altijd over hetzelfde. En daarbij, het is juist de charme dat je het krijgt wanneer je zwanger bent en een tijdje na de geboorte van je kindje. Een beetje vergelijken, handige tips over borstontsteking en rode billen, horrorverhalen of juist hele prachtige verhalen over bevallingen. Het is altijd fijn om te lezen dat het altijd nog erger kan! Het helpt mij om mijn eigen bevalling weer een beetje in perspectief te zien.

Dat brengt mij op een andere issue. Wanneer ik met andere moeders praat over bevallingen en mij wordt gevraagd hoe ik bevallen ben, dan krijg ik nogal eens te horen ‘oh, een keizersnee…..’  gevolgd door een ongemakkelijke stilte. En dan kan ik daar best een beetje kribbig van worden. Hoezo ‘oh, een keizersnee’?! Ja, ik heb een keizersnee gehad, maar daar zijn gewoon 14 uur weeën, drie uur persweeën en een vacuümpomp aan vooraf gegaan! Dus wanneer je het zo bekijkt ben ik bij 1 zwangerschap twee keer bevallen! (althans zo voelde het toenertijd…..mmm, merk je dat het nog hoog zit?) Ik heb de geneugten van de weeën en het persen mogen meemaken en ook nog de geweldige bijkomstigheden van een zware buikoperatie.  Nu moet ik eerlijk zeggen dat ondanks dat het geen fantastische bevalling is geweest het toch achteraf gezien best meeviel. Ik heb goddank weinig napijn gehad en zat na twee weken al weer op de fiets! En het is waar wat ze zeggen, wanneer je je kindje in de armen houdt is de pijn al weer op z,n retour. Vergeten doe je niet, maar het is het meer dan waard. En ja, ook Viggo is na 6 uur weeën en 2 uur persen (wat was ik blij dat de vacuümpomp in het gevreesde laatje mocht blijven liggen!) met een keizesnee geboren. Op dat moment kon het me echt niet schelen. Al hadden ze hem via mijn oren eruit getrokken, dat kind moest eruit! En ook deze keer herstelde ik vrij snel. Het fietsen liet ik wel even uit mijn hoofd, op advies van mijn gynaecoloog, ( ik zie nog steeds haar onthutste gezicht voor me), maar voor de rest mocht ik echt niet klagen.  En van wat ik heb begrepen is dat een keizersnee voor mama’s echt veel risico met zich mee brengt en dat het hier om een zware buikoperatie gaat die niet onderschat moet worden. En een kindje uit zijn wiegje halen voor de borstvoeding terwijl de wond nog nat is, is absoluut GEEN pretje! Dus petje af voor alle moeders, hoe dan ook bevallen. Alleen al daarom zouden wij het sterke geslacht moeten zijn.

Maar goed, om terug te komen op de kriebels. Ik ben bezig om de kleertjes van Viggo op te ruimen en en passant komt daar het pakje voorbij die hij net na zijn geboorte droeg. Ohhhhhh, wat was ie klein en wat rook hij lekker (nog steeds doet handalcohol mij aan baby’s denken) en wat is het toch een bijzondere tijd.  En dan voel ik mijn eierstokken tegen mijn buikwand rammelen. “ach toe, nog eentje dan” schijnen ze te roepen. Maar ja, kindjes maken doe je niet alleen en kleine kindjes worden ook weer groot. Dus zolang Remco nog steeds roept, genoeg is genoeg, maan ik mijn eierstokken tot de orde en ga ik lekker genieten van het kleinste grote goed wat mij met een grote glimlach aan zit te kijken.

Weekendje weg

29-01-2010


“Lieverd, wil jij eens kijken naar een leuk weekendje weg?” Roept Remco terwijl hij tot zijn ellebogen in de babypoep zit. “Ja!” Denk ik, met de peutertandpasta in mijn haar, het is tijd.
Viggo is nu bijna een jaar en we zijn nog steeds niet met z,n tweeën echt weggeweest, afgezien van een enkele keer uit eten. Omdat het de laatste tijd errug gezellig (not!) hier in huis was wordt het tijd om te investeren in ‘ons’ als stel ipv ‘ons’ als ouders. Dus hup achter de pc en ik struin de websites af op zoek naar een leuk weekendje weg. Nu wil Remco wel graag naar een hotel incluis wat welness. (sauna e.d.). Hartstikke leuk , maar dan moet ik wel in mijn blootje. En nu ik gestopt ben met de borstvoeding zijn mijn borsten blijkbaar met vakantie gegaan. Richting het zuiden welteverstaan. De potloodtest haal ik dus niet meer. Sterker nog, Ik kan er een compleet etui onder kwijt! Toch weet ik dat ik mij over mijn schroom heen ga zetten. Ik wil er gewoon even tussenuit.

Een tropenjaar is het geweest. Het is amper vier jaar geleden dat de 1e onze wereld op de kop zette. Toch kan ik me niet meer heugen dat er dagen zijn geweest dat we, na het uitslapen!, heerlijk met z,n tweeën gingen brunchen in de stad. Dat er dagen zijn geweest zonder zorgen, zonder spuitluiers en zonder kotsdoekjes. Gedachteloos douchen, dat is Utopia. Onder die straal staan zonder te denken aan waar de luiers in de aanbieding zijn, of we toch meer zelf moeten gaan koken voor Viggo in plaats van Olvarit te sponsoren, Senne wel of niet opgeven voor een cursus bewegen op muziek (ik hoor Remco al zuchten; je maakt er een homo van!) , de was die eindeloos lijkt en het brood dat nog gesmeerd moet worden voor de kids en mijzelf. Maar terwijl ik aan het snuffelen ben op weekendjeweg.nl en aan Remco vraag hoelang hij weg wil, 1 of 2 nachten, bedenk ik me opeens dat ik dan ook de kinderen 1 of 2 nachten, 2 of drie dagen niet zie. En prompt krijg ik een naar gevoel in de buik. Wil ik dat wel........?

Ik meen mij een weekend te herinneren waarin Remco en ik met z,n tweeën weg zouden gaan naar Roosendaal. Twee daagjes relaxen in een hotel en Thermen Roosendaal. Senne, toen nog geen jaar oud, zou gaan logeren bij zijn oma. En omdat het handig was zou hij die vrijdag al naar oma gebracht worden. We waren de straat nog niet uit of de emoties liepen hoog op in de auto. Na amper twee minuten gekibbel riep ik, vol van emotie, dat Remco de auto moest omkeren. Ik ging naar huis! Met kind! Uiteindelijk, nadat de gemoederen gedaald waren en Remco mij enigszins overtuigd had dat we er ECHT even uit moesten, zijn we die zaterdag om zes uur s’ochtends vertrokken om eerst Senne weg te brengen alvorens we richting Roosendaal reden. (Het weekend bleek hartstikke leuk te zijn, afgezien van het gekots op de hotelkamer. Maar das een ander verhaal……)

Dus………wil ik dat wel? Ga ik mee zonder een enorm schuldgevoel? Zonder het idee dat ik er ALTIJD moet zijn voor mijn kinderen, dat het verschrikkelijk is dat ze mij twee dagen moeten missen? Dan bedenk ik mij iets. Er is een reden waarom je in een vliegtuig altijd eerst je eigen zuurstofmasker moet opzetten voordat je dit doet bij je kinderen. Je kind heeft er namelijk niets aan als jij wegens zuurstofgebrek omplokt terwijl je bezig bent om hem of haar te redden. Misschien moet ik dit dan maar zien als het opzetten van mijn zuurstofmasker. Ik heb even wat extra zuurstof nodig om er weer 100 % te kunnen zijn voor mijn kinderen. Nu nog iets bedenken tegen dat nare gevoel in de buik……….

Zelfbewust

03-01-2010


Morgen beginnen de scholen weer en dus moet Senne ook weer aan de bak. Op werkdagen (ma, di en do) heb ik er eigenlijk niet zo heel erg last van. Meer op de woensdagen en vrijdagen. Dan gooi ik Viggo ongewassen en nog in zijn pyjama verstopt in een skipak (niemand die het dan toch ziet, gniffel gniffel!) zo in zijn Quinny Freestyle en brengen we Senne naar school. Ik heb dan nog de moed om te denken dat ik bij thuiskomst nog even kan gaan liggen samen met Viggo dus zelf heb ik dan een vluchtige borstel door mijn haar gehaald en een minimum aan mascara opgeplamuurd en een beetje lipgloss. Meer vind ik zonde van de tijd, dat slaap ik er zo meteen toch weer af. Omdat bij mij het ochtendritueel niet strak en georganiseerd verloopt zoals bij andere moeders stap ik een beetje oververhit de deur uit wetend dat ik de 1e bel niet ga redden. Dan trek ik nog effe gauw een sprintje met Senne aan de ene arm en Viggo in de wandelwagen aan de andere om toch nog op tijd te komen.

Lichtelijk buiten adem (ik hoef nog net niet de buitenmuur vast te houden om bij te komen) en enigszins verfromfraaid maak ik aanstalten om de school binnen te gaan. Terwijl ik de deur open houd en tegelijkertijd de wandelwagen naar binnen probeer te manoeuvreren zie ik in mijn ooghoeken iets dartelen en hupsen. Het blijkt een moeder te zijn. Vrolijk zwaait haar paardenstaart heen en weer op het ritme van haar gehups en met enige jaloezie kijk ik naar haar six-pack, haar voorgevel die de potloodtest cum laude zal halen en een paar benen waar geen einde aan lijkt te komen. Hoe in godsnaam kan zo,n vrouw drie! kinderen gebaard hebben en er toch nog zo uitzien?! Terwijl het buiten bitter koud is en ik blij ben met mijn dikke winterjas huppelt deze vrouw in een tanktop en hotpants het pand uit, klaar om ‘even’ een paar (15!) kilometers te lopen. Op dat moment ben ik even heel erg bewust van mij zelf. Gauw veeg ik mijn haar uit mijn gezicht wensend dat ik die ochtend wat meer mijn best op mijn uiterlijk had gedaan. Op de weg terug naar huis ben ik bezig met het bedenken van goede voornemens zoals eerder opstaan om buikspieroefeningen te doen of mijn haar stylen en wat meer aandacht schenken aan mijn make-up eer ik de deur uit ga en geen smoesjes meer te bedenken om niet naar de sportschool te hoeven gaan. Dit duurt totdat ik Viggo naast mij leg in mijn nog warme bed. Samen kruipen we heerlijk onder de dekens en ik denk nog even aan die arme vrouw die nu in deze kou staat te vernikkelen in haar hotpants, gna gna gna….

Einde van een tijdperk

25-12-2009


Met de slaap nog in mijn ogen en een duffe kop probeer ik her en der verspreide kleren, sloffen en tutpopjes te ontwijken op weg naar je kamertje. Een brede glimlach straalt me tegemoet en ik mompel wat over het veel te vroege tijdstip. Ik pak je op en neem je gauw mee naar de warmte van ons bed. Buiten is het donker en vooral koud. De zachte, vrolijke kirretjes gaan snel over in protesterende kreetjes en ongeduldig gejammer. Ik weet, ik moet opschieten. Met je handjes trek je met verbazend veel kracht mijn pyjama omlaag, je hoofdje ondertussen wild zoekend naar de warmte van mijn borst. In het donker weet je feilloos waar je moet zijn. Met een grote hap maak je jezelf vast aan mij. Je drinkt, snel en gulzig. en als het niet snel genoeg gaat sla je driftig met je knuistjes op mijn borst. Dit herhaalt zich wanneer ik je aan de andere kant aanleg. Na een tijdje ben je voldaan en kruip je nog wat dichter tegen me aan. Samen soezen we even weg. Je kirt zachtjes en pakt mijn neus. Dat deze vast zit aan mij, ach, das bijzaak. (au!) Met een half oor en nog steeds soezend luister ik naar je verhalen. En hele verhalen heb je te vertellen! Druk babbelend, proestend en kirrend vertel je me over je dromen. Ik sla mijn arm om je heen en zachtjes druk ik kusjes op je wang, je hoofd, je neusje en in je nek. Negen en een halve maand geleden had ik nooit gedacht dat ik deze dag zou halen. Ik ben lichtelijk emotioneel. Vandaag neem ik afscheid van ons heerlijke ochtendritueel, ons momentje samen. De koek is op, of beter gezegd, de melk is op. Jij wil eigenlijk niet meer en ik heb eigenlijk niet meer. Steeds vaker draai jij je hoofdje weg en ben je niet tevreden na de voeding. Ik heb de (voor mij zeer moeilijke) knoop doorgehakt. 9,5 maand borstvoeding loopt vandaag ten einde. Het is goed zo. Ik voel een traan over mijn wang lopen. Afscheid nemen is nooit leuk. Langzaam val je naast me in slaap. De warmte van het bed en van ons samen is veel te fijn. Ik wil er nog niet uit. Jouw warmte en rustige ademhaling laat mij nog even weg doezelen en ik droom over de vele kusjes en knuffels die ter vervanging zullen gaan komen.